Chaos

27 januari 2021

Leestijd: ongeveer twee minuten

Puzzelstukjes

Bij de meeste cursussen die Caroline en ik geven, doen we de driehoekoefening. Eigenlijk moet je hem ervaren, maar ik ga hem nu proberen uit te leggen.

Je gaat in een kring staan. Iedereen kiest twee mensen uit, waarmee hij of zij vervolgens probeert een gelijkbenige driehoek te vormen. Hierbij hoeven geen afspraken gemaakt te worden: je probeert gewoon een gelijke afstand tussen beide personen te houden. De uitdaging zit erin, dat iedereen probeert een driehoek te vormen en dus constant in beweging is. Dit zorgt altijd voor de nodige hilariteit, maar zo uitgeschreven natuurlijk niet.

Meestal is er een waarnemer, die de opdracht niet kent en moet proberen uit te vogelen wat er gaande is. Dit blijkt verdraaid moeilijk: we hebben de oefening tientallen keren gedaan, maar niemand heeft het ooit gezien. De waarnemer denkt te zien dat iedereen rond een bepaald persoon moet draaien, of een bepaalde afstand moet houden tot bepaalde personen of iets dergelijks. Dit laat zien dat, hoewel wij er altijd naar op zoek zijn, we patronen eigenlijk heel moeilijk zien en meestal de verkeerde conclusies trekken. Hoewel we de elementen (de deelnemers) heel goed kunnen zien, zijn de relaties onzichtbaar voor ons.

Na de oefening stellen we nog een paar vragen. Bijvoorbeeld: als mensen die nu voorbijlopen ons zo bezig zien, wat denken ze dan? ‘Rare mensen’, waarschijnlijk. Maar belangrijker nog: ze zien chaos. Voor een buitenstaander ziet het er volkomen ongeorganiseerd uit, maar dat is het niet; iedereen heeft een duidelijke opdracht. Iedereen heeft twee relaties, waardoor het geheel zelforganiserend wordt. Niemand heeft de controle, maar iedereen heeft invloed.

Als we iemand de opdracht geven om het geheel van buitenaf aan te sturen, dan merken ze al snel dat het veel meer energie kost dan wanneer ze iedereen zelf hun opdracht laten uitvoeren. De oefening geeft aan dat een systeem met slechts enkele elementen en slechts één soort relatie al behoorlijk complex is. Kun je nagaan hoe complex een systeem is met miljarden elementen en honderden soorten relaties.

De bodem is zo’n systeem (maar het geldt natuurlijk voor alle ecosystemen). In een theelepel grond zitten al zoveel organismen met ontelbaar veel relaties, dat we eigenlijk geen idee hebben wat er in de bodem allemaal gebeurt. Toch steken we daar vol goede moed een spa, frees of ploeg in. Of gooien we er kunstmest en pesticiden op. Bij dergelijke ingrepen worden er talloze relaties verbroken. Als je de bodem er de tijd voor geeft, kunnen de relaties zich misschien wel weer herstellen, maar helemaal zeker is dat niet.

Hoe dan ook ontstaat er tijdelijk chaos: chaos is het ontbreken van relaties. Een systeem wordt dan onvoorspelbaar. Je kunt de zelforganisatie terugkrijgen door de relaties te herstellen, maar hoe doe je dat? In het Taoïsme heb je het principe ‘wei wu wei’ (‘doen niet doen’), wat betekent dat je niet moet handelen tegen de aard der dingen in. Alleen als alle organismen op Aarde, van microbe tot megafauna, van alg tot mammoetboom, naar hun aard kunnen leven, kunnen we allemaal helen.

Aangezien het allemaal om relaties gaat, moge duidelijk zijn dat we het niet alleen kunnen. We moeten onze illusie van afgescheidenheid overstijgen, we moeten weer inter-zijn. Hopelijk kun je de oefening een keer in het echt doen, zodat je kunt ervaren hoe dat voelt.

Deze blog elders op internet

Fb Facebook