De man met de witte hoed

Uit: Sacred Economics van Charles Eisenstein
Vertaling: Marc Siepman

Woekeren veroorzaakt de hedendaagse schaarste en is de drijvende kracht achter de planeetverslindende eeuwige groei. De parabel The Eleventh Round uit het boek The Future of Money van de buitengewoon visionaire econoom Bernard Lietaer verklaart hoe dat gebeurt.

De man met de witte hoed

De man met de witte hoedLang geleden gebruikten mensen in een dorpje in het achterland ruilhandel voor al hun transacties. Op elke marktdag liepen de mensen rond met kippen, eieren, hammen en broden en onderhandelden langdurig om datgene te krijgen wat ze nodig hadden. Op belangrijke momenten in het jaar, tijdens de oogst bijvoorbeeld, of als iemands schuur stormschade had opgelopen en gerepareerd moest worden, kwam de traditie om elkaar te helpen weer bovendrijven. Ze wisten dat de anderen ook zouden helpen als ze zelf op een dag een probleem zouden hebben.

Op een marktdag kwam een vreemdeling met glimmende schoenen en een elegante witte hoed langs en bekeek het hele proces met een minachtende glimlach. Toen hij een van de boeren rond zag rennen in de ren om de zes kippen te vangen die hij wilde ruilen voor een grote ham, kon hij zijn lachen niet meer inhouden.

“Arme mensen,” zei hij, “zo primitief.” De vrouw van de betreffende boer hoorde dat en daagde de boer uit: “Denk jij dat jij beter kippen kunt vangen?” “Kippen vangen niet nee,” antwoordde de vreemdeling, “maar er is een veel betere manier, waardoor je alle rompslomp overbodig maakt.” “Oh ja? Hoe dan?”, vroeg de vrouw. “Zie je die boom daar?”, antwoordde de vreemdeling, “Ik ga daar wachten tot iemand van jullie mij een grote koeienhuid brengt. Daarna kan iedere familie mij bezoeken. Ik leg dan een betere manier uit.”

En zo geschiedde. Hij nam de koeienhuid, sneed er perfecte rondjes leer uit, en stempelde een ingewikkeld, elegant figuur op elk rondje. Hij gaf iedere familie tien rondjes en legde uit dat elk rondje de waarde van een kip vertegenwoordigde. “Nu kun je ruilen en onderhandelen met de rondjes in plaats van met die onhandige kippen,” vertelde hij.

Daar zat wel wat in. Iedereen was onder de indruk van de man met zijn glimmende schoenen en zijn inspirerende hoed.

Toen iedere familie hun tien rondjes had ontvangen zei hij: “O ja, voordat ik het vergeet: over een jaar kom ik terug en ga ik onder deze zelfde boom zitten. Ik wil dat jullie me allemaal elf rondjes teruggeven. Dat elfde rondje is een teken van waardering voor de technologische verbetering die ik mogelijk heb gemaakt.” “Maar waar moet dat elfde rondje vandaan komen?”, vroeg de boer met de zes kippen. “Dat merk je vanzelf,” zei de man en lachte geruststellend.

De opkomst van concurrentie

Ervan uitgaande dat de bevolking en de jaarlijkse productie exact hetzelfde bleven gedurende het komende jaar, wat denk jij dat er moest gebeuren? Bedenk dat dat elfde rondje nooit gemaakt is. Van elke elf families moest er een al zijn rondjes kwijtraken aan de tien anderen.

Dus toen een storm de oogst van een van de families dreigde te vernielen, waren de andere families minder genegen om hun tijd te steken in het voorkomen van de ramp. Hoewel het veel makkelijker was om op marktdagen met rondjes te ruilen in plaats van met kippen, had het nieuwe spel als onbedoeld neveneffect dat de traditionele spontane hulp actief ontmoedigd werd. Daarvoor in de plaats was een systematische onderstroom van concurrentie tussen de deelnemers gekomen.

Deze parabel laat al een beetje zien hoe concurrentie, onzekerheid en hebzucht in onze economie zijn ingebakken en wordt veroorzaakt door rente. Ze kunnen nooit uitgesloten worden zolang de levensbehoeften uitgedrukt worden in rentedragend geld. Laten we verder gaan met het verhaal om te zien dat rente ook een eindeloze economische groei in de hand werkt.

Er zijn drie manieren waarop Lietaers verhaal zou kunnen eindigen: wanbetaling, groei van de geldvoorraad of een herverdeling van de welvaart. Een van de families zou failliet kunnen gaan en hun boerderij aan de man met de hoed (de bankier) kunnen overdragen, of hij zou een koeienhuid kunnen bemachtigen en meer geld kunnen maken, of de dorpelingen zouden de bankier met pek en veren het dorp uit kunnen sturen en kunnen weigeren om de rondjes terug te betalen. Deze keuze staat elke op woekeren gebaseerde economie te wachten.

Kippen als garantstelling

De man met de witte hoedStel je nu voor dat de dorpelingen zich rond de man met de hoed verzamelen en zeggen: “Meneer, kunt u ons alstublieft meer rondjes geven, zodat niemand van ons failliet hoeft te gaan?”

De man zegt: “Dat zal ik doen, maar ik geef ze alleen aan diegenen die mij kunnen garanderen dat ze mij terug kunnen betalen. Aangezien elk rondje een kip waard is, leen ik nieuwe rondjes aan iedereen die meer kippen heeft dan het aantal rondjes dat ze mij al schuldig zijn. Op die manier weet ik dat ik de kippen kan afpakken in plaats van de rondjes als ze me niet terugbetalen. Oh, en omdat ik zo’n aardige vent ben, zal ik zelfs extra rondjes maken voor diegenen die op het moment geen extra kippen hebben – mits ze me ervan kunnen overtuigen dat ze meer kippen zullen fokken in de toekomst. Laat me dus je ondernemingsplan zien! Laat me zien dat je vertrouwenswaardig bent (een dorpeling kan ‘kredietrapporten’ opstellen om je te helpen). Ik leen tegen 10 procent rente – als je een goede fokker bent, kun je het aantal kippen met 20 procent per jaar toe laten nemen en dus zelf ook rijk worden.”

De dorpelingen vragen: “Dat klinkt prima, maar aangezien je over de nieuwe rondjes ook 10 procent rente vraagt zal er nog steeds niet genoeg zijn om je terug te betalen.”

Dat zal geen probleem zijn,” zegt de man. “Zie je, tegen die tijd zal ik nog meer rondjes hebben gemaakt en als die terugbetaald moeten worden, maak ik er nog meer. Ik zal altijd bereid blijven om nieuwe rondjes in omloop te brengen. Jullie moeten dan natuurlijk wel meer kippen fokken, maar zolang jullie de kippenproductie blijven opvoeren, zal er nooit een probleem zijn.”

Een kind komt naar de man toe en zegt: “Pardon, meneer, maar mijn familie is ziek en we hebben niet genoeg rondjes om eten te kopen. Kun je wat rondjes voor me maken?”

“Het spijt me,” zegt de man, “maar dat kan ik niet doen. Ik maak namelijk alleen rondjes voor diegenen die mij terug kunnen betalen. Als jouw familie wat kippen heeft die als onderpand kunnen dienen, of als je kunt bewijzen dat je wat harder kunt werken om meer kippen te produceren, dan geef ik maar al te graag de rondjes.”

Een teveel aan kippen

Op een paar betreurenswaardige uitzonderingen na, werkte het systeem een tijdje prima. De dorpelingen fokten genoeg kippen om de man met de hoed terug te kunnen betalen. Een aantal ging inderdaad, door pech of onkunde, failliet en hun meer gefortuneerde en efficiënte buren namen hun boerderijen over en huurden hen in als knecht. Gemiddeld nam het aantal kippen met 10 procent per jaar toe, gelijk op met de geldvoorraad. Het dorp en het aantal kippen was zo gegroeid dat de man met de hoed geholpen werd door vele anderen zoals hij die allemaal druk bezig waren met het maken van rondjes om te geven aan diegenen met een goed plan om meer kippen te fokken.

Zo nu en dan waren er problemen. Ten eerste werd het overduidelijk dat niemand zoveel kippen nodig had. “We worden gek van steeds weer eieren eten,” klaagden de kinderen. “Iedere kamer van het huis heeft inmiddels een vederen bed,” klaagden de huisvrouwen. Om de consumptie van kippen te doen toenemen, bedachten de dorpelingen allerlei trucs. Het werd mode om elke maand een nieuwe matras te kopen, grotere huizen te bouwen om ze in op te slaan en om de tuinen vol te zetten met kippen. Ruzies werden niet meer met woorden beslecht, maar met eieren. “We moeten vraag naar meer kippen creëren!”, riep de burgemeester, die de zwager van de man met de hoed was. “Alleen dan worden we allemaal steeds rijker.”

Een einde aan de groei

Op een dag merkte een dorpeling een ander probleem op. Hoewel de weilanden rondom het dorp eens groen en vruchtbaar waren, waren ze nu bruin en smerig. Alle vegetatie had plaatsgemaakt voor graan dat aan de kippen gevoerd werd. De vijvers en de beekjes, ooit vol met vis, waren veranderd in beerputten vol stinkende kippenmest. Ze zei: “Dit moet stoppen! Als we kippen blijven fokken, verdrinken we binnenkort in de kippenstront!”

De man met de hoed nam haar terzijde en zei op een geruststellende toon: “Maak je geen zorgen, er is nog een dorpje vlakbij met een overvloed aan vruchtbare velden. De mannen in ons dorp zijn van plan het fokken van de kippen aan hen uit te besteden. En als ze niet willen… zijn wij in de meerderheid. Trouwens, je kunt niet serieus menen dat je de groei wilt beëindigen. Hoe zouden je buren hun schulden anders af kunnen betalen? Hoe zou ik anders nieuwe rondjes kunnen maken? Zelfs ik zou failliet gaan.

En zo veranderden alle dorpen in stinkende beerputten vol met kippen die niemand echt nodig had. De dorpelingen bevochten elkaar om de laatste paar groene ruimtes die nog een paar jaar groei zouden kunnen bieden. Maar ondanks dat ze hun uiterste best deden om de groei vol te houden, begon de groei af te zwakken. Daardoor begon de schuld groter te worden in verhouding tot hun inkomen en uiteindelijk gebruikten ze al hun beschikbare rondjes om de man met de hoed te betalen. Velen gingen failliet en moesten gaan werken tegen lage lonen voor werkgevers die zelf amper hun verplichtingen aan de man met de hoed konden nakomen. Er waren steeds minder mensen die het zich konden veroorloven om kippenproducten te kopen, waardoor het nog moeilijker werd om de vraag en de groei op peil te houden. Temidden van een milieuvernietigende mega-overdaad aan kippen, hadden steeds minder mensen voldoende om van te leven. Er ontstond een paradox van schaarste tussen de overdaad.

Dit is precies wat er op dit moment gaande is in de wereld.

Deel deze pagina (deze buttons bevatten geen trackers):