Van schaarste naar overvloed

Dit artikel verscheen in Permacultuur Magazine
Dit artikel is op 21 december 2017 in nummer 9 van Permacultuur Magazine gepubliceerd.

Je kunt dit artikel ook als pdf downloaden.

 

Auteurs: Caroline Siepman (carolinesiepman.nl) en Marc Siepman (marcsiepman.nl)

Marc en Caroline leven sinds 2014 van wat spaargeld en donaties. Zij bieden hun cursussen en lezingen gratis of op donatiebasis aan omdat zij vinden dat deze voor iedereen toegankelijk moeten zijn. Caroline en Marc geven samen de cursus ‘Dweilen met de kraan dicht’ over systeemverandering.

‘Delen van de overvloed’ is een van de ethische principes van permacultuur. We worden echter dagelijks geconfronteerd met schaarste. Zo zien we hongersnood, gebrek aan schoon water, mensen die hun huur of hypotheek niet meer kunnen betalen, gebrek aan land om te gebruiken voor een permacultuurproject … De supermarkten liggen echter vol met een overvloed aan voedsel, er is grond genoeg om voedsel te verbouwen, er zijn ook huizen zat om in te wonen. De paradox is echter dat lang niet iedereen hier toegang toe heeft. Er is dus genoeg, maar toch ervaren we schaarste. Wat zijn de achterliggende oorzaken van deze schaarste? En kunnen wij deze oorzaken wegnemen zodat iedereen overvloed ervaart en we deze kunnen delen zonder bang te zijn om tekort te komen?

Oneindige groei

In de natuur zien we groei, maar deze is nooit oneindig. Elk organisme stopt met vermenigvuldigen of groeien omdat er altijd beperkende factoren zijn. Zwaartekracht, ruimte, een voedingsstof, predatie, zuurstof, koolstof – het maakt niet uit wat de beperkende factor is, groei remt op een gegeven moment altijd af. Zo houden gezonde systemen zichzelf in evenwicht.

Ons huidige economische systeem is gebaseerd op groei. Hoewel berichten in de media doen geloven dat groei voor iedereen reden is voor een feestje, kleven er toch behoorlijk wat nadelen aan deze groei. Telkens moeten daarvoor namelijk nieuwe bronnen van ons cultureel, sociaal, natuurlijk of spiritueel kapitaal worden aangeboord en omgezet in geld. En die bronnen zijn niet onuitputtelijk. Daarom zijn we inmiddels maar overgegaan op het expanderen in de tijd: we putten de bronnen sneller uit dan ze weer kunnen herstellen, waardoor er voor onze kinderen niets overblijft.

Om de economie te laten groeien creëert de Europese Centrale Bank elke maand tachtig miljard euro uit het niets – de inmiddels beruchte geldschepping. Maar als er meer geld komt, dan moeten er ook nieuwe producten verkocht worden of nieuwe diensten aangeboden worden. Algemeen wordt namelijk aangenomen dat er inflatie optreedt als de hoeveelheid contant en giraal geld sneller groeit dan de economische productie. Als we – puur om de economie draaiende te houden – steeds maar meer goederen moeten produceren, komt er hoe dan ook een moment waarop het regeneratievermogen van de Aarde overschreden wordt. Overexploitatie leidt onherroepelijk tot ineenstorting van elk systeem, hoe veerkrachtig ook.

Kunnen we dan geen oneindige groei hebben door groene diensten aan te bieden? Helaas is dat geen oplossing, maar een probleem. In dit geval hoeft het geen ecologisch probleem te zijn, maar het is wel een sociaal probleem: de vrije wereld wordt namelijk gekapitaliseerd.

Kapitalisatie

Alles om ons heen wordt stukje bij beetje gekapitaliseerd. Iets wat vroeger met liefde voor een ander gedaan werd, wordt nu tegen betaling door een professional gedaan. Iets wat de natuur al miljoenen jaren gratis doet, wordt nu door een multinational gedaan – uiteraard tegen betaling. Zo kon het gebeuren dat we zijn gaan betalen voor voedsel, water en beschutting en in sommige steden zelfs voor zuurstof. Verbinding tussen mensen, ook een eerste levensbehoefte, wordt enerzijds bemoeilijkt doordat ons geleerd wordt dat we overal een transactie van moeten maken: voor wat hoort wat. Ik geef jou brood, jij geeft mij geld. En anders is het diefstal. Dit idee zit zo ingebakken in onze cultuur dat we er niet eens meer kritisch naar kijken. Anderzijds is onze sociale wereld steeds verder gedigitaliseerd: de complexe wereld van samenwerken en vriendschap is vereenvoudigd tot het schrijven van een berichtje en wachten of anderen het leuk vinden. We verkiezen duizenden oppervlakkige digitale vriendschappen boven het voelen van echte verbinding met mensen van vlees en bloed. Waarom? Omdat we bij het krijgen van een like een dopamineshotje krijgen. Het is een verslaving. Onze aandacht is gekapitaliseerd, en we betalen ervoor met onze privacy.

De overvloed die er wel degelijk is, is gekapitaliseerd en daardoor niet meer voor iedereen beschikbaar. De overvloed is in bezit van een selecte groep mensen en die groep wordt steeds kleiner. Op dit moment bezitten de acht rijksten evenveel als de armste helft van de wereldbevolking. Bezit heeft dus een directe link met het probleem van schaarste.

Bezit versus gebruik

Het afschaffen van bezit is voor veel mensen een stap te ver. We hebben gezien dat het communisme niet werkt, dus moet kapitalisme wel de oplossing zijn. Hoewel staatscommunisme waarschijnlijk een slecht idee is, wil dat niet zeggen dat kapitalisme het enige alternatief is. Feit is dat bezit een groot probleem is en dat dat probleem alleen maar steeds groter wordt. Van hoeveel dingen in je leven vind je het werkelijk essentieel dat andere mensen er geen gebruik van maken? Waarschijnlijk zijn dat maar een paar dingen. Alle andere spullen lenen we zonder problemen uit. Maar heel veel spullen hoeven we niet uit te lenen, want iedereen heeft ze staan en gebruikt ze zelden. Soms staan dingen jaren in de kast, terwijl anderen er heel veel plezier van zouden kunnen hebben. Waarom geven we die dan niet door? Tja, het is zonde van al die uren die we ervoor hebben gewerkt. Je geeft toch niet zomaar uren van je leven weg?

Een andere kant van bezit is nog veel duisterder: woekeren. Oorspronkelijk was het vragen van rente al woekeren, ongeacht het percentage, tegenwoordig heet alleen het vragen van hoge rentetarieven woekeren. Maar het feit dat je geld kunt verdienen door iets in bezit te hebben is ethisch niet te verantwoorden. Op deze manier stroomt geld (en bezit) altijd naar diegenen die al bezit hebben en gaat het altijd ten koste van diegenen die weinig of niets hebben, met loonslavernij tot gevolg.

Versterkende feedback

In de natuur zie je veel versterkende feedbackmechanismen: een plant produceert bijvoorbeeld heel veel zaden, zodat er het volgende jaar meer van die planten staan. Die produceren navenant meer zaden, waardoor een plant kan gaan woekeren. Maar in een divers ecosysteem gebeurt dat niet, want er zijn altijd balancerende feedbackmechanismen: dieren die planten of zaden eten, ziektes die de planten in toom houden … Kortom, de eerdergenoemde beperkende factoren.

Als het gaat om rente, dan zie je dat die een versterkend feedbackmechanisme bevat, maar dat de balancerende feedback ontbreekt. Hoe meer geld je hebt, hoe meer rente je ontvangt en hoe rijker je wordt.

Als je arm bent geldt het tegenovergestelde: hoe meer schuld, hoe meer rente je betaalt en hoe armer je wordt. Geld stroomt dus, door middel van rente, altijd van arm naar rijk. Niet de armen, maar de rijken zijn parasieten: zij profiteren van de arbeider zonder dat deze het doorheeft.

Rente en groeidrang

Als je meer in bezit hebt dan je zelf nodig hebt, kun je daaraan verdienen. Je kunt het bijvoorbeeld verhuren. En als iets schaars is, kun je er eigenlijk voor vragen wat je maar wilt. Ook die schaarste ontstaat door rente en geldschepping. Bernard Litaer heeft daar een parabel over geschreven: De man met de witte hoed. Daarin krijgen dorpelingen per gezin tien rondjes van leer die per stuk een kip waard zijn. Dat maakt het ruilen een stuk makkelijker. Als tegenprestatie voor het makkelijker maken, wil de man met de witte hoed na een jaar van elk gezin elf rondjes terug. Waar dat elfde rondje vandaan moet komen …? Dat is het eeuwige probleem met rente: je kunt die alleen betalen met de rondjes van iemand anders. Waar eerst samengewerkt werd om bijvoorbeeld de oogst van een gezin te redden, lieten de dorpelingen zo’n gezin nu aan hun lot over omdat ze op die manier de rondjes konden bemachtigen. Maar dat voelde toch niet helemaal goed, dus vroegen ze om meer rondjes zodat niemand failliet hoefde te gaan. Dat kon, maar dan moesten de dorpelingen per rondje een kip fokken die als onderpand kon dienen. Het aantal kippen nam elk jaar met twintig procent toe, zo kon iedereen steeds rijker worden. Maar het dorp werd steeds onbewoonbaarder, dus gingen ze uitbreiden naar een volgend dorp. Hoewel de inwoners van dat andere dorp niet zaten te wachten op een kippeninvasie, hadden ze weinig keus: ze waren in de minderheid. Ondanks de overvloed aan kippen, was er altijd een schaarste aan rondjes. Dit zien we in onze wereld ook terug: er is van alles te veel, maar slechts een beperkt aantal mensen heeft er toegang toe. Ook de groeidrang zien we terug: als er geen economische groei is, is er crisis (en die crisis maakt weer eventjes groei mogelijk). Waarom willen we een systeem dat eigenlijk alleen maar voor een paar mensen voordeel heeft? Dat willen we niet, maar het gros van de mensen heeft niet door hoe het huidige systeem op ze parasiteert.

Op school leren we dat een bos een verzameling bomen is die met elkaar concurreren om licht, water en voedingsstoffen. In werkelijkheid werken ze door middel van complexe schimmelnetwerken samen. Er is wel concurrentie in de natuur, maar samenwerking is de drijvende kracht achter evolutie.

Gezonde groei?

Groei klinkt wel positief, maar oneindige groei, is dat wel wenselijk? Nee, dat is het niet. Zelfs al zou de groei lineair zijn, er moet een keer een rem op komen. Maar de groei die onze economie moet doormaken om niet in elkaar te zakken wordt uitgedrukt in percentages: 2,8% economische groei wordt bijvoorbeeld gezien als ‘teleurstellend’. Maar een economie die met 2,8% per jaar groeit, verdubbelt elke 25 jaar. Elke 25 jaar groeit de economie evenveel als alle verdubbelingen ervoor: 2 is meer dan 1, 4 is meer dan 1+2, 8 is meer dan 1+2+4, en dat gaat zo maar door. Hoe hoger het percentage, hoe sneller de verdubbeling komt. We hebben het hier natuurlijk over exponentiële groei. En dat gaat verschrikkelijk hard: als je een papiertje van 0,1 mm zeven keer dubbel vouwt is dat pakketje 1,3 cm dik. Veel vaker lukt eigenlijk niet: als het papier zo groot is als een voetbalveld – en je hebt een wals en een vorkheftruck tot je beschikking – is elf keer nog net haalbaar. Stel dat je het papiertje 33 keer zou kunnen vouwen, dan zou de dikte 859 kilometer bedragen. Dat is de afstand van Eindhoven naar Bordeaux!

In de natuur zie je wel exponentiële groei, maar die is altijd tijdelijk. Een hamster verdubbelt de eerste weken van zijn leven elke week in gewicht, maar als hij daarmee zou doorgaan tot hij een jaar oud was, dan zou hij al 9 miljard ton wegen.

Balancerende feedback

Als er geen balancerend feedbackmechanisme actief is, is de groei – en daarmee de uitputting van de Aarde – ongebreideld. Een manier om te zorgen voor balans in plaats van ongebreidelde groei is het instellen van negatieve rente, waarbij geld van de mensen met veel geld naar de mensen met schulden stroomt (niet naar de banken!). Geld zou zich niet meer concentreren bij degenen die er al veel van hebben, maar terechtkomen bij diegenen die het nodig hebben. Nu is het dus andersom, met alle gevolgen van dien. Toch zou een dergelijke economie maar een halve oplossing zijn. Want om een veerkrachtige samenleving te hebben, is het nodig dat er verbinding is tussen mensen. Onze relaties zijn feitelijk heel oppervlakkig, want we leven in de illusie van afgescheidenheid. We denken elkaar niet meer nodig te hebben, omdat we alles kunnen kopen met geld. Maar de transactie beëindigt de relatie. Als je iets onvoorwaardelijk geeft, dan krijg je er dankbaarheid voor terug. Dan blijft de relatie, hoe oppervlakkig ook, open staan. Met je naasten doe je dit automatisch; je rekent niet alle drankjes af na een verjaardagsfeestje. Wat zou er gebeuren als we aan iedereen onvoorwaardelijk zouden geven?

Geefeconomie

Veel mensen zullen denken: als ik alles weggeef, dan heb ik toch straks niets meer? In een economie van schaarste is dat zeker waar. Daarom is het ook zo belangrijk om niet alleen onvoorwaardelijk te geven, wat eigenlijk heel makkelijk is, maar ook onvoorwaardelijk te ontvangen. En dat blijkt verdraaid moeilijk: hoe sterk is de neiging niet om iemand terug te betalen of iets terug te doen? Maar als je dit bij je naasten kunt onderdrukken, dan kun je dat ook bij andere mensen. Waarschijnlijk zul je het wel moeten uitleggen, want het zit niet in onze cultuur om onvoorwaardelijk te ontvangen. Ons wordt aangeleerd om onafhankelijk te zijn. Toegegeven: het is natuurlijk ook helemaal niet goed om van een of enkele personen afhankelijk te zijn. Maar het is heel gezond om van een gemeenschap afhankelijk te zijn. En afhankelijkheid is een heel breed begrip: we kunnen van anderen afhankelijk zijn voor eerste levensbehoeften, zoals water of voedsel, maar we kunnen ook afhankelijk zijn van anderen voor kleine dingetjes. Kennis, gezelligheid, kritiek, een complimentje, een knuffel of een massage. Sommige dingen kun je niet alleen.

Als we onvoorwaardelijk geven en ontvangen, kunnen we er als gemeenschap voor zorgen dat iedereen heeft wat hij of zij nodig heeft. Het gaat hier dus om onderlinge afhankelijkheid. In het Engels is daar een mooi woord voor: interdependence.

Systeemverandering

We willen niet zeggen dat een geefeconomie het enige alternatief voor kapitalisme is. Elk systeem dat geld als middel heeft, en niet als doel, is een grote stap voorwaarts. Maar een geefeconomie past heel goed bij het idee dat de eerste levensbehoeften voor alle organismen op Aarde gratis beschikbaar zouden moeten zijn. Op het moment dat je omschakelt naar een geefeconomie, draag je bij aan systeemverandering. En dat is precies wat we nodig hebben: radicale systeemverandering. Dat betekent dus niet: doorgaan op dezelfde weg, maar dan net een beetje anders; dat betekent een totale ommekeer. Niet reageren, maar iets nieuws creëren. Ook het huidige systeem hebben we zelf gecreëerd. We hebben het niet van te voren zo bedacht en ontworpen, want systemen kenmerken zich onder andere door emergentie, maar we houden het systeem wel in stand. Dat is ook het doel van systemen: zelfbehoud. Als we inzien dat we zelf deel uitmaken van dit systeem en inzien dat dit systeem niet houdbaar is, kunnen we door samen te werken het systeem proberen om te keren door een duwtje in de door ons gewenste richting te geven.

Donella Meadows beschrijft in haar boek Thinking in systems twaalf hefboompunten: plekken binnen een systeem waar je invloed kunt uitoefenen om de structuur van het systeem te veranderen. Een van de belangrijkste hefboompunten is het veranderen van het paradigma, de mindset waaruit het systeem ontstaat. Als dat verandert, verandert het doel van het systeem en transformeert het gehele systeem. Zolang we het groeiparadigma omarmen, kan er niets wezenlijks veranderen. Er moet een nieuw paradigma komen waarin genoeg genoeg is en niemand de Aarde kan bezitten.

Van schaarste naar overvloed

Net zoals we er in onze tuin van genieten als de diversiteit jaar na jaar toeneemt, zo kunnen we ons in onze menselijke gemeenschappen alvast verheugen op meer diversiteit – mits we die toelaten. En als we die diversiteit steeds beter leren waarderen zal de interactie makkelijker worden. Niet iedereen zal iedereen aardig vinden, maar daar gaat het niet om. Het gaat erom dat de complexiteit toeneemt.

Iedereen heeft zijn eigenheden en eigenaardigheden. Zolang we massaal in dienst blijven staan van deze economie van schaarste, kunnen we die diversiteit nooit benutten. We moeten blijven werken, werken en nog eens werken om een bestaansminimum te bereiken terwijl anderen op hun lauweren kunnen rusten en toch steeds rijker worden. Pas als we een economie van overvloed bereiken, zullen we daadwerkelijk vrij zijn om te doen wat ons hart ons ingeeft. Pas dan hebben we weer echt tijd voor elkaar. Schaarste is verbonden met begrippen als angst, meer, hebben, stagnatie, competitie en ondermijning, terwijl bij overvloed termen passen als vertrouwen, genoeg, delen, stroming, samenwerking en waardering.

Een geefeconomie is een economie van overvloed. Verlost van rente kunnen er steeds complexere netwerken van menselijke relaties ontstaan, waardoor er meer veerkracht komt. We krijgen weer de tijd om onszelf te hervinden, om onze complexe relatie met de natuur te hervinden.

Moeilijk? Waarschijnlijk wel. Onmogelijk? Zeker niet. Een geefeconomie is niets nieuws. Het is de natuurlijke staat van de mens.

Zie ook:

Sacred Economics – Charles Eisenstein

Systeemdenken (PM7) – René Röell

De man met de witte hoed